30 AUG - 3 SEP

Regels

De reglementering van een jumping

  • De ruiters krijgen op voorhand de mogelijkheid het parcours te verkennen en de lijnen tussen de hindernissen af te meten.
  • Als de hindernissen niet op volgorde worden gesprongen, volgt de eliminatie.
  • Een afgeworpen balk levert vier strafpunten op.
  • Als er van dezelfde hindernis meerdere balken naar beneden vallen, geldt dat nog steeds als vier punten.
  • Tikt een paard met de hoef enkel een van de onder hangende balken of hekjes omver, dan aanziet de jury dat niet als een fout.
  • In een combinatiehindernis kan de ruiter wel telkens vier strafpunten extra oplopen op de elementen A, B en C.
  • Een weigering voor de hindernis of een cirkel in het parcours tellen ook voor vier punten.
  • Volgt een tweede weigering, dan betekent dat de uitsluiting.
  • Paard en ruiter moeten tussen de witte en rode vlagjes springen. Anders wordt een weigering aangerekend. Het rode vlagje hangt steeds aan de rechtse steunpaal. Wit hangt links.
  • Ligt er een watersprong in het parcours, dan moet het paard over de witte plasticinestreep springen. Zoniet levert dat ook vier strafpunten op. Hangt er een balk boven een watersprong, dan moet de bovenste balk blijven hangen.
  • De parcoursbouwer bepaalt op voorhand een toegestane tijd. Per vier seconden dat die wordt overschreden levert dat een extra strafpunt op.
  • Het duo wordt uitgesloten als paard en/of ruiter ten val komen in het parcours.
  • Springt een paard volledig foutloos, dan bepaalt een barrage, een tweede fase of de chrono rechtstreeks de klassering. Op voorhand wordt bekend gemaakt welke formule wordt gehanteerd. Volgt er een barrage, dan kampen alle foutlozen achteraf in een verkort parcours tegen de tijd. Natuurlijk moeten ook dan alle hindernissen nog overeind blijven.
  • 25% Van het deelnemersveld ontvangt een prijs. Komt dat niet uit op een rond getal, dan rondt de jury naar boven af.
  • Na afloop van de proef wordt gecontroleerd of het paard reglementair was opgetuigd en steekproefsgewijs worden dopingcontroles uitgevoerd.
  • Ruiters moeten op wedstrijd ten allen tijd een cap dragen. Ook het uniform is voorgeschreven. Zo zijn mannelijke ruiters verplicht een das te dragen.

 

De barema’s

  • Tabel A met barrage: eerst doorlopen alle ruiters en paarden een klassiek parcours. Vervolgens komen de ruiters met het laagst aantal strafpunten terug voor een verkorte omloop. Het gaat bijna altijd om de foutlozen. De ruiters moeten de barrage verkend hebben vooraf. In de barrage wint de snelste foutloze, tenzij niemand de nul op het scorebord kon houden. Zo gebeurt het soms dat de snelste ruiter met vier strafpunten uiteindelijk bovenaan staat. Een Tabel A-parcours met barrage levert doorgaans de zwaarste parcoursen op.
  • Tabel A over twee omlopen: een parcours over twee manches, met de tweede manche direct op chrono. Lijkt sterk op een parcours met barrage. Het grote verschil is dat ruiters met strafpunten in dit geval ook nog kans maken om door te stoten tot manche 2. Daarvoor wordt namelijk 25% van het deelnemersaantal toegelaten. Achteraf worden de strafpunten van de twee rondes opgeteld. Vaak wordt de tweede ronde op tijd verreden, waardoor de dubbel foutlozen gespaard worden van nog een derde optreden, een barrage.
  • Tabel A met twee fasen: een eerste fase loopt vanaf hindernis één tot waar ruiter en paard opnieuw een tijdslijn doorkruisen. Maakten ze een fout, dan luidt het belsignaal, wat betekent dat de ruiter de piste moet verlaten. Is hij of zij nog foutloos, dan begint vanaf de chronolijn de tweede fase. Die wordt verreden volgens het principe van een klassieke barrage. De snelste foutloze wint.
  • Barema A op chrono: De ruiters en paarden doorlopen allemaal uitsluitend het klassiek parcours. De tijd waarin de omloop werd afgelegd, bepaalt de klassering. Meestal levert een foutloos gesprongen parcours al zeker een prijs op. Natuurlijk wint de allersnelste.
  • Tabel C: bij deze formule wordt geen strafpuntentotaal opgemaakt. Het parcours wordt rechtstreeks op tijd verreden. Iedere afgeworpen balk of weigering levert vier strafseconden op die aan het eind worden toegevoegd aan de tijd. Vaak worden in dergelijke proeven de meeste risico’s genomen. In principe kan een ruiter namelijk nog winnen na een fout. Het wordt nooit saai bij een Barema C.
  • Tabel A progressief, met joker: een progressieve omloop verloopt rechtstreeks op tijd. Zoals de benaming wellicht al deed vermoeden, worden de hindernissen lastiger naar gelang de omloop vordert. Iedere hindernis die foutloos genomen wordt, levert een punt meer op. Hindernis één is één punt waard, hindernis twee telt voor twee punten, drie punten voor drie, … De laatste hindernis is in dit geval een joker. Die staat een stuk hoger als de andere hindernissen en levert ineens een pak extra punten op bij een foutloze sprong.
  • Relais: in het relaisspringen vormen twee ruiters een team. De eerste ruiter springt de eerste helft van het parcours, de andere het tweede deel. Meteen wordt ook de chrono in rekening gebracht, wat het van bij het begin spannend maakt.

Delen